Evalueren van onze lessenserie

Ojee, een wetenschapsles en ojee, ook nog eens de bovenbouw en ojee nu moeten we ze ook nog zelf laten ontdekken. Dit beschrijft wel ongeveer de eerste gedachte die in ons omging. Voor de kinderen was het ook erg nieuw en zij vonden de manier van lesgeven even wennen. In de eerste les hebben we veel gewerkt met suiker – misschien achteraf niet zo slim, want de leerlingen stonden te stuiteren. Of dit daadwerkelijk lag aan de suiker kunnen we natuurlijk niet met zekerheid zeggen. Drie leerkrachten voor de klas is natuurlijk ook niet niks en best een beetje wennen, voor de leerlingen en voor de leerkrachten!
Voorafgaand aan het uitvoeren van de lessen, was het erg fijn om in een groep van drie personen te zitten. Er zijn tijdens het brainstormen per slot van rekening meer gedachtes bij elkaar. Het uitvoeren van de lessen hebben we als iets minder succesvol ervaren. Niet omdat het vaak fout ging, maar omdat drie leerkrachten in de klas toch wel heel erg druk is zelfs wanneer wordt bepaald wie welk deel van de les uitlegt.

In de tweede les van deze lessenserie stond geuren centraal. Tijdens het brainstormen waren we op het idee gekomen om de kinderen appel en ui te laten proeven zonder neus. In theorie klonk het proefje er goed, maar de volgende keer is het toch beter als we de appel en ui schrapen en niet snijden. De leerlingen proefden elke keer het verschil, waardoor onze eigen hypothese van de les helaas niet klopte. De derde les was naar onze mening een geslaagde les. De kinderen waren druk, maar wel druk met het onderzoek bezig. Dit was precies wat we wilden. De kinderen begrepen goed wat wij van ze wilde wat betreft de hypotheses opstellen en de conclusies trekken. De voorafgaande lessen hebben dus een positief effect op de leerlingen gehad en de leerlingen hebben er duidelijk wat van geleerd.

Les vier was alweer de laatste les van deze lessenserie, maar het was zeker een geslaagde les. Omdat de opdracht vrij groot was konden alle kinderen op hun eigen manier bijwerken. Wanneer je van knutselen hield, maakte je de poster mooi, wanneer je van het opzoeken hield, zat je achter de pc, voor ieder wat wils. Ook viel het ons op dat er rust ontstond bij zowel de docenten als de leerlingen, doordat de les slechts door twee docenten werd gegeven in plaats van drie.

 

Freddie, Laura, Romee

De snoepfabriek van Sinterklaas: evaluatie

2 januari 2014

De lessen zijn voorbij, dus het is tijd om ze te evalueren. Over het algemeen zijn we zeer tevreden over de lessen. De kinderen hadden zichtbaar plezier tijdens het uitvoeren van de proeven en de meeste kinderen zijn wijzer geworden op het gebied van smaken en proeven. De doelen die wij vooraf hadden opgesteld voor de kinderen zijn het product van het vooronderzoek dat uitgevoerd is in de twee klassen waar we later ook de lessen van de lessenserie hebben gegeven.

Zijn al deze doelen behaald? Hieronder een schema waarin alle doelen te zien zijn. Vervolgens zullen we per doel besprek of deze behaald is of niet en waarom.

Domein Doel(en)
Inhoud 1. Aan het eind van de lessenserie weten de leerlingen dat ze hun mond en neus gebruiken bij het proeven.
  2. Aan het eind van de lessenserie kunnen de leerlingen de smaken zoet, zout, zuur en bitter herkennen, ze van elkaar onderscheiden en categoriseren.
Taal 3. Aan het eind van de lessenserie kennen de kinderen de volgende woorden: zoet, zuur, bitter, zout, proeven, smaak, suiker, lekker, vies, diploma, Zwarte Piet, Sinterklaas, appel, peer, snoep, citroen, komkommer, augurk, lusten, honger, eten, kauwen en opeten.
  4. Aan het eind van de lessenserie weten de leerlingen dat de woorden ‘vies’ en ‘lekker’ geen definities van smaken zijn.
Attitude 5. Aan het van elke les hebben de leerlingen ieder minstens twee etenswaren geproefd.
  6. Aan het eind van de lessenserie weten de leerlingen dat je voor je kunt zeggen of iets ‘vies’ of ‘lekker’ is je eerst moet proeven.
Gedrag 7. Aan het eind van de lessenserie evalueren alle leerlingen hun eigen leren aan de hand van het proefpietendiploma.

De doelen 1, 4, 5, 6 en 7 zijn behaald, ondanks dat er voor de leerdoelen 6 en 7 geen concrete resultaten aanwezig zijn. De doelen 1, 4, 5 en 6 zijn behaald, omdat tijdens de laatste twee proeven van deze lessenserie iedereen geproefd heeft, behalve wanneer men allergisch was of geen varkensvlees mocht eten. Het is aan de kinderen tijdens de voorgaande drie lessen herhaaldelijk uitgelegd dat je eerst moet proeven voordat je kunt zeggen of iets ‘vies’ of ‘lekker’ is en dat deze woorden geen definities voor smaken zijn. Het behalen van de doelen 4, 5 en 6 is grotendeels te danken aan het feit dat de kinderen niet perse de etenswaren hoefden op te eten, maar er ook aan mochten likken en dan weggooien. Doel 7 kan als gehaald worden beschouwd aangezien ieder kind heeft deelgenomen aan de afrondende evaluatie aan de hand van het ‘proefpietendiploma’ samen met de leerkracht.

Doel twee is niet behaald aangezien niet ieder kind in staat was aan het eind van de lessenserie om de verschillende smaken te herkennen, onderscheiden en categoriseren. Het niet behalen van dit doel kent verschillende oorzaken. Allereerst is het doel op zich zeer ambitieus aangezien de smaken voor de meeste kinderen compleet nieuw waren. Tevens werd er behalve in de snoepfabriek geen aandacht besteed aan het onderwerp. Daarnaast leidden niet alle etenswaren tot een duidelijke specifieke smaak. Het derde doel omtrent de woordenschat van de kinderen is niet behaald aangezien er op de resultaten niet gebaseerd kan worden of ieder kind alle woorden kent. Een beter idee voor het meten van de groei in woordenschat zou een nulmeting zijn geweest (een test aan de hand van plaatjes om de kennis van woorden te testen bij een leerling om vervolgens aan het eind van de activiteit(en), gericht op de getoetste woorden, deze test weer te herhalen en de ontwikkeling in kaart te brengen).

Behalve het uitvoeren van een nulmeting zijn er meer verbeterpunten te noemen. De etenswaren die gebruikt worden dienen duidelijk één smaak te bevatten. Tijdens het uitvoeren van de lessenserie waren het vooral de kaas en de drop die voor verwarring onder de leerlingen zorgden. De kaas had geen duidelijke zoute smaak en de drop bevatte beide smaken (zoet en zout). Tevens is het belangrijk dat behalve in de snoepfabriek de leerlingen ook tijdens de andere activiteiten geconfronteerd worden met de begrippen en ontdekkingen omtrent het proeven. Een afsluitend kringgesprek aan het eind van de dag leent zich hier bijvoorbeeld voor. Daarnaast moet er meer tijd besteed worden aan het uitvoeren van de proeven en het bespreken van de resultaten, zodat de leerlingen duidelijke en logische conclusies kunnen formuleren.

Naast het evalueren van de leerdoelen hebben we ook de gebruikte observatie instrumenten geëvalueerd. Over het algemeen waren de observatie-instrumenten vaak te groot. We hadden beter een voor- en nameting kunnen uitvoeren om de resultaten van onze lessenserie te verzamelen. We hadden echter voor meer dan de helft van de doelen genoeg informatie om te kunnen zeggen of deze behaald zijn of niet. Al met al kunnen we met een goed gevoel terug kijken op de lessenserie. De kinderen hadden plezier, wij als leerkrachten hadden plezier, zo zou het geven en ontvangen van onderwijs moeten zijn.

 

De snoepfabriek van sinterklaas: les 4

28 november 2013

‘De Zwarte Pieten waren op school meester Stefan en meester Arthur en ze hebben met ons speelgoed gespeeld!’ Dit werd ons toegeschreeuwd door een van onze leerlingen toen we de school binnen liepen. De klassen waren overhoop gehaald en overal waren sporen van de hoeven van het paard van Sinterklaas te vinden. Die was niet buiten blijven staan blijkbaar. De laatste dag van de lessenserie kon niet beter ingeluid worden. Of toch wel?

Het grote nadeel was dat de kinderen buitengewoon druk waren en zich daardoor moeilijk konden concentreren. Wel waren ze erg gefocust op het behalen van het proefpietendiploma, maar wanneer de lessenserie nog een keer wordt uitgevoerd dan is het verstandig dit niet op een dag als deze te plannen.

Tijdens deze laatste les waren we vooral bezig met conclusies trekken. Het was de bedoeling dat de kinderen zelf zouden reflecteren op de vorige weken. De volgende stap was dat de kinderen zelf zouden komen met wat ze geleerd hebben. Dit ging vrij goed. Ze wisten vooral de verschillende smaken te benoemen en dat ze de neus nodig hebben voor het proeven. Ze kwamen echter niet met het feit dat vies en lekker geen definities van smaken zijn.

Een negatief punt was echter dat de kinderen elkaar erg aan het napraten waren. Hierdoor wisten we soms niet of een kind het echt wist. Ook hadden de kinderen moeite met de verschillende begrippen. Zoet, zout en zuur lijken erg op elkaar en dit zorgde voor verwarring. Dit hadden we van tevoren al verwacht en hebben daarom kaartjes bij de potjes gelegd met daarop het begrip in blokletters met een plaatje om het visueel te maken.

De laatste les, en de gehele lessenserie, hebben we afgesloten met een officiële diploma-uitreiking. Het was prachtig om de kinderen, zeer trots, hun persoonlijke diploma in ontvangst te zien nemen.

De snoepfabriek van Sinterklaas: les 3

25 november 2013

Bewapend met flessen tonic en citroensap bestormden we deze ochtend de mijlpaal om vervolgens twee kwartier door te brengen in de lerarenkamer om het prik uit de tonic te krijgen. Omdat we er al snel zelf achter kwamen dat de citroen en de tonic te sterk was hebben we ze beiden vermengd met water in grote kannen. De kinderen hadden ons al in de weer gezien en waren er dus al snel achter dat ze vandaag weer naar de snoepfabriek mochten.

De kinderen kwamen in groepjes op bezoek in de fabriek en kregen daar een nieuwe boodschap/opdracht van de hoofdproefpiet. Vandaag was het aan hen om zuur en bitter te leren kennen. Dit deden ze door met een rietje de citroensap en de tonic te proeven. Vervolgens gingen we naar de grote proef. Er stonden tien bekertjes gevuld met citroensap en tonic. Het was aan hen om de bekertjes te categoriseren. De eerste keer ging deze proef niet goed. De kinderen hadden de smaken niet duidelijk voor ogen en haalden ze door elkaar. Hierna hebben we besloten de proef te veranderen.

De verbeterde proef gaat als volgt. De kinderen hebben in het begin een voor een de beide smaken geproefd en moesten telkens met elkaar herhalen hoe het smaakte. Vervolgens gingen we naar de grote proef. Op de tafel hadden we twee zwarte blaadjes aan weerskanten van de tafel gelegd. Op het ene blaadje stond een grote Z met een plaatje van een citroen erop en op de andere stond een grote B met daarop een fles tonic. We hebben deze kaartjes met de kinderen besproken. Zowel de letters als de plaatjes. Dit bleek een grote hulp voor ze te zijn bij het categoriseren. Ze hoefden een houvast aan de letters en de plaatjes. De kinderen scoorden daarom ook veel beter en er werden bijna geen fouten gemaakt. Ook mochten ze, als ze het zelf niet wisten, iemand laten helpen.

We merkten dat de kinderen vandaag heel rustig waren en al veel meer durfden dan in het begin. Wij denken dat dit komt doordat ze nu al voor de derde keer in de snoepfabriek waren en eraan gewend zijn geraakt om allerlei dingen te proeven. Zelfs kinderen die in het begin niets wilden en in huilen uitbarstten proefden nu gewoon mee. We hebben nog niet iedereen zover gekregen maar we zijn een eind op weg. 28 november is de laatste les. In deze les hopen we iedereen zover te krijgen om te proeven.

De snoepfabriek van Sinterklaas: les 2

21 november 2013

De tweede dag waarop we de lessenserie hebben uitgevoerd is alweer voorbij. Het was een drukke dag waarvoor we van te voren veel moesten voorbereiden. Met grote tassen van de Albert Heijn kwamen we aan op school. Vervolgens hebben we een uur gesneden om daarna de fabriek weer in orde te maken. De kinderen waren net als vorige week heel erg enthousiast. Na een gesprek met beide groepsleerkrachten hebben we besloten voor deze en de volgende lessen de introductie in de fabriek te doen in plaats van in de klas. De kinderen werden namelijk helemaal hyper.

Alle proeven gingen vrijwel vanaf het begin goed. Het proeven van suiker en zout zorgde voor veel reactie. Vooral het proeven van zout zorgde voor mooie plaatjes. Waar we vrijwel meteen achterkwamen was dat we in het vervolg even moeten wachten met de overgang tussen de proeven. Ze hadden namelijk nog de smaak van het zout in de mond terwijl ze iets zoets moesten proeven.

Met de tweede proef ging het ook heel goed. Het hele verhaal rondom de kapotte machine zorgde voor veel enthousiasme. Het werken van de machine zagen ze dan ook echt als winst, een succeservaring. Een tegenvaller was dat de lichtslang het op een gegeven moment begaf. Voor de volgende keer is het dus verstandig om een reserveslang te hebben. Het eten dat we gebruikt hebben voor het proeven is voor zoet: drop, rode paprika, wortel en kruidnoten. Voor zout: drop, popcorn, naturel chips en oude gerijpte kaas. De etenswaren zorgden over het algemeen voor de gewenste smaken, behalve de kaas en de drop. Hiervoor moeten dus vervangers worden gevonden.

Al met al was het weer een leuke, enerverende dag met enthousiaste leerlingen die de proeven erg leuk vonden. Volgende week doen we twee lessen en daarmee is de lessenserie dan ook afgesloten. Dan gaan we ook samen evalueren.

De snoepfabriek van Sinterklaas: les 1

14 november 2013

Vandaag hebben we de lessenserie geïntroduceerd in de beide groepen. Dit hebben we gedaan door binnen te stormen met een grote brief terwijl onze mentoren bezig waren met lesgaven. We vertelden de kinderen dat het een zeer belangrijke brief was, waarschijnlijk door Sinterklaas geschreven. Dit was te zien aan het mooie zegel waarmee de brief was afgesloten. Vervolgens hebben we het filmpje laten zien dat ook in de brief zat. We hadden meteen de aandacht van alle kinderen. Ze werden erg druk en staarden met grote ogen, waarin het enthousiasme was af te lezen, naar het beeldscherm waarop Sinterklaas een boodschap voor ze had. Na het filmpje wilden de kinderen meteen aan de slag, we moesten moeite doen om de aandacht van de kinderen weer te krijgen. Toen we deze eenmaal weer hadden, hebben we aan ze uitgelegd dat we in groepjes van zes naar de snoepfabriek zouden gaan. Eenmaal in de snoepfabriek gingen ze aan de slag met twee verschillende proeven, waarin het gebruik van mond en neus centraal stonden.

Tijdens de eerste proef moesten de kinderen verschillende bekende etenswaren proeven en vervolgens blind (met blinddoek om) en zonder neus. We verbaasden ons over het feit dat veel kinderen precies wisten wat ze aten zonder neus en met een blinddoek om. We denken dat dit kwam doordat de kinderen tijdens de eerste keer proeven ervoeren hoe de vorm en structuur van de verschillende etenswaren in elkaar zat.  Dit hebben ze waarschijnlijk herkend bij het blind en zonder neus proeven. Daarom hebben de proef op een gegeven moment veranderd. We hebben het gewone proeven achterwege gelaten en in plaats daarvan met de kinderen besproken wat voor etenswaren er voor ze op tafel stond. We hadden voor hen als hulp naast de bakjes met stukjes een nog hele versie neergezet, zodat de kinderen een beter beeld zouden hebben. Dit hielp. We kregen de gewenste resultaten. Na deze proef bespraken we met de kinderen of we genoeg hadden aan alleen de mond of dat misschien een ander orgaan ook meewerkte. De kinderen kwamen vaak meteen op de neus. Bij andere groepjes moesten we zelf wat meer aanwijzingen geven. Vervolgens stelden we voor om te testen of we echt de neus nodig hebben voor het proeven. Dit deden we door het uitvoeren van een tweede proef.

De tweede proef bestond uit het proeven van een keelsnoepje met en zonder het gebruik van de neus. De kinderen waren erg gefocust en er werd dan ook bijna niet gesjoemeld met het dichthouden van de neus. Het was vooral grappig om te zien hoe de gezichten van de kinderen vertrokken  op het moment dat ze de neus open mochten doen en een grote hap lucht moesten nemen. De meeste kinderen begonnen te wapperen met hun handen schreeuwend dat het heel heet was in hun mond. Dit was het gewenste effect, omdat ze op deze manier ervoeren dat ze de neus wel degelijk nodig hadden bij het proeven van iets.

Al met al was het een leuke eerste dag en toen we de kinderen vroegen hoe ze het vonden kregen we veelal antwoorden als: ‘het was zo leuk!’ en ‘ik wil nog een keer proeven’. We zijn er wel meteen na de eerste groep achter gekomen dat we de nepcadeaus moesten bedekken, omdat deze de kinderen erg afleidde. Tevens hadden we niet echt rekening gehouden met het sinterklaas journaal, waarin Sinterklaas een ander probleem heeft. Ook raakten sommige kinderen in paniek toen ze hoorden dat er pieten ziek waren. Daarnaast hadden twee kinderen in groep 1/2b door dat ik Sinterklaas speelde, maar waren dit snel vergeten toen Sinterklaas zei dat ik en Arthur goeie vrienden van hem waren. Voor de volgende lessen moeten we tevens rekening houden met het feit dat Sinterklaas de kinderen heel erg bezighoudt, dus een gesprek na het filmpje is op zijn plaats om de kinderen te kalmeren.

De snoepfabriek van Sinterklaas: vooronderzoek

24 oktober 2013

Voor een opdracht van de Universitaire Pabo van Amsterdam hebben we een lessenserie ontwikkeld met het onderwerp smaken en geuren. De les is ontwikkeld voor een kleutergroep van een basisschool in Amsterdam Nieuw-Sloten. Het thema van de lessenserie is De snoepfabriek van Sinterklaas. In de lessen komen de kinderen er achter welke smaken er zijn en waarmee je proeft door telkens proefjes met eten uit te voeren in de snoepfabriek.

Voordat de lessen af waren hebben we een aantal stappen doorlopen om er zeker van te zijn dat de lessen aansluiten bij de voorkennis en de belevingswereld van de kinderen. Om te beginnen hebben we een gesprek gevoerd met een wetenschapper die ons veel kon vertellen op het gebied van smaken en geuren. Hij heet ons er op gewezen dat er leuke, simpele proefjes zijn om te kunnen ervaren dat je niet alleen met je mond kan proeven, maar ook met je neus. Dit was de eerste stap in de ontwikkeling van de lessenserie.

Vervolgens hebben we in de kleutergroepen vooronderzoek uitgevoerd om erachter te komen wat de kinderen al wel en vooral wat ze nog niet weten. Met de gegevens van dit onderzoek konden we leerdoelen op stellen die we willen bereiken met onze lessenserie. We hebben de beginsituatie gemeten door gesprekken te voeren met de kinderen terwijl ze aan het eten zijn. Dit hebben we zo gedaan omdat kleuters niet kunnen lezen en schrijven en graag willen vertellen over ervaringen die ze meemaken. Het eerste gesprek vond plaats tijdens het tussendoortje met de hele groep. Nadat ze hun eten op hadden, lieten we ze de eigenschappen van hun eten opnoemen. Het tweede gesprek vond plaat met een willekeurig groepje van zes kinderen. Deze keer hadden we zelf eten meegenomen. Voor elke smaak iets. Daarna hebben we weer gevraagd om eigenschappen van het eten op te noemen. Dit onderzoek verliep zoals we hadden gepland. Er waren geen problemen waar we tegenaan liepen en resultaten lagen in de lijn van de verwachting. Aan de hand van deze resultaten hebben we de lesdoelen kunnen maken.

Vervolgens hebben we gebrainstormd over de mogelijkheden die er zijn en de beperkingen. Een beperking is bijvoorbeeld dat de kleuters niet kunnen lezen en schrijven. Dit hebben we opgelost door de opdrachten te geven via verschillende filmfragmenten. Ook is het voor kleuters lastig om zelf onderzoeksvragen op te stellen en te voorspellen en ze vervolgens met een onderzoek te beantwoorden. Daarom hebben wij gekozen om de lessen vooraf te ontwerpen en niet de lessen af te laten hangen van vragen die de kinderen zouden gaan stellen. Ten slotte moesten we rekening houden met de korte spanningsboog van kleuters. We wilden betrokkenheid creëren door een spannend verhaal te bedenken die aansluit op de belevingswereld van de kinderen. Aangezien de les wordt uitgevoerd in de Sinterklaasperiode hebben we het verhaal zo bedacht dat de kinderen het gevoel krijgen dat ze door de onderzoeken uit voeren Sinterklaas helpen. Ook laten we de kinderen veel met hun zintuigen doen, zijn de proefjes niet te lang en voeren ze de proefjes uit in kleine groepjes.

Dat we op deze manier de kinderen onderzoek kunnen laten doen hebben we te danken aan de mogelijkheid dat we een snoepfabriek op de gang in de school kunnen bouwen met doeken en versieringen. Deze staat buiten het lokaal zodat de kinderen geen last hebben van andere leerlingen en het zorgt voor een spannend effect. Want hoe vaak maakt een kleuter het mee dat hij of zij Sinterklaas mag helpen in een echte snoepfabriek door het proeven van eten?

Het Colosseum: Terugblik op de lessenserie

Onze lessenserie ging over de Romeinen en het Colosseum. Wij hadden moeite met het bedenken van een leuke lessenserie over het Colosseum. Wij denken dat dit ook te maken had met het onderwerp, omdat wij eigenlijk liever geen Romeinen als lessenserie hadden gedaan. Uiteindelijk zijn wij echter aan gaan sluiten op de stof waar de groep zich op dat moment bevond.

Wat wij achteraf erg merkten, was dat wij teveel uitgingen van het feit dat de groep zou moeten kunnen samenwerken. Uiteindelijk bleek namelijk dat zij hier helemaal niet aan gewend waren en dit dan ook erg moeizaam verliep. Dit zorgde ervoor dat de lessen vertraagd werden omdat wij constant de groep stil moesten leggen en waarschuwen.

In les 2 wilden wij de leerlingen wat leren over kritisch kijken naar bronnen. Dit was moeilijke stof om snel door heen te willen gaan en wij hadden dit onderschat. Achteraf gezien hadden wij hier eigenlijk een hele les aan moeten besteden, omdat het een breed maar ook belangrijk onderwerp was. Uiteindelijk hebben de leerlingen er iets van geleerd maar niet in de frequentie die wij graag hadden gezien. Verder merkten wij dat de bronnen die wij aan de leerlingen gaven, niet erg motiverend waren. De boeken vonden de leerlingen leuk om te bekijken en te gebruiken, maar we hadden niet veel boeken waardoor de leerlingen maar één boek per groep hadden. Wij zaten nog te twijfelen om de leerlingen op de computer informatie op te laten zoeken maar kozen hier uiteindelijk niet voor, omdat de leerlingen moeite hadden met het serieus aan de slag gaan op de computer. Achteraf gezien hadden wij dit beter toch kunnen doen of meerdere boeken voor de leerlingen paraat moeten hebben.

Wat wij in de lessenserie ook merkten, was dat de leerlingen met maar weinig creatieve ideeën kwamen voor een presentatie. De ideeën bestonden uit het maken van een verhaal en dit uitbeelden en het maken van een toneelstuk. Wij vonden dit jammer, omdat wij gedacht hadden dat er één groep zou zijn die bijvoorbeeld een poster ervan zou maken, een andere groep die een toneelstuk zou maken etc. Uiteindelijk bleek dat de leerlingen ook niet goed wisten wat zij onder creatief moesten zien. Dit hadden wij op kunnen lossen door vooraf met de leerlingen bijvoorbeeld een brainstorm hierover te houden.

De uitvoering van de lessenserie zelf als leerkracht verliep in principe soepel. Wij waren goed afgestemd op elkaar in de zin dat wij allebei hetzelfde idee hadden van het einddoel en waren het ook allebei eens met de invulling van de lessen.

Naast een aantal verbeterpunten, vinden wij uiteindelijk dat de lessenserie desalniettemin geslaagd is, omdat de leerlingen uiteindelijk gemotiveerd meededen. Uit de evaluatie-instrumenten bleek daarnaast dat de leerlingen meer geleerd hadden dan daarvoor en dus vooruit zijn gegaan in de informatie die zij al hadden.  

Yavanna en Imane

Het Colosseum: les 4

Onze laatste les alweer! De kinderen zouden vandaag de resultaten aan de klas gaan presenteren en wij waren erg benieuwd naar het uiteindelijke eindresultaat van deze presentaties. De vorige les leek het alsof de presentaties niet helemaal zouden worden zoals wij hadden gedacht, maar we beseften ons ook dat het nu in de handen van de kinderen lag om een leuk eindresultaat neer te zetten.

De leerlingen kregen eerst nog kort de tijd om de presentaties voor te bereiden. Wij probeerden de kinderen de laatste 20 minuten nog zoveel mogelijk te helpen met voorbereiden. Op het moment dat wij ‘nog 5 minuten’ door de klas heen riepen, begon iedereen haastig zijn spullen te pakken en door de klas heen te vliegen.

Na 5 minuten lieten we de klas in een halve kring zitten zodat iedereen de presentaties goed zouden kunnen zien. Van tevoren hadden wij de klas nog kort eraan herinnerd om de onderzoeksvraag te vermelden en aan het eind te verantwoorden waarom zij bepaalde bronnen gebruikt hadden. Ook wilden wij dat de andere leerlingen goed naar de presentaties zouden kijken en een ‘tip en top’ aan de groep zouden geven.

Eén voor één gaven de leerlingen vervolgens de presentaties. Wij waren verbaasd! Elke presentatie was op zijn beurt weer ontzettend leuk om te zien! De eerste groep had een prachtig verhaal gemaakt over hoe het Colosseum gebouwd was. Er was één persoon in de groep die het verhaal ging voorlezen terwijl de anderen gingen uitbeelden dat zij de keizer en de slaven waren. Zij hadden ook keurig aan het begin van de presentatie verteld wat hun onderzoeksvraag was. Er kwam tijdens de presentatie wat gegiechel uit de klas doordat de keizer leuk werd nagespeeld.  Aan het einde kregen zij veel ‘tops’ uit de klas. Vervolgens mocht groep 2 gaan presenteren die als onderzoeksvraag had waarom er mensen voor de leeuwen werden gegooid. Zij gaven eerst een korte introductie tot de onderzoeksvraag en de bronnen die zij hadden gebruikt, om vervolgens met een verhaal en uitbeeldingen de resultaten te presenteren. Wij merkten gelijk dat deze groep wat minder serieus maar ook wat zenuwachtiger was. Wat erg leuk was aan deze groep, was dat zij voor het einde een rap hadden gemaakt over de resultaten. De derde groep had als onderzoeksvraag hoe de mensen in het Colosseum konden komen. Deze groep ging de resultaten niet in een verhaal vertellen maar via een toneelstuk presenteren. De klas moest hard lachen toen de groep de gladiatorengevechten en paard gevechten op elkaars rug na gingen spelen. De laatste groep had als onderzoeksvraag waarom er water in het Colosseum lag. Zij gingen de resultaten presenteren via een toneelstuk. Het leuke aan deze groep was dat zij het antwoord op de vraag na afloop als enige nog een keer belichten.

Dit was het dan voor ons wat betreft onze lessenserie over het Colosseum. Er waren momenten waarop wij met de handen in de haren zaten, maar uiteindelijk hebben we er zelf ook ontzettend veel van geleerd. De presentaties waren na afloop veel leuker en informatiever dan wij hadden verwacht, dus wij hebben genoten.

Yavanna en Imane

IMG_0752

Het Colosseum: les 3

De tijd gaat erg snel want het is onze derde les alweer. De lessen die nu gaan komen, zijn vooral lessen waar de leerlingen zelfstandig aan hun onderzoek werken. Zo ook vandaag waar de leerlingen verder gingen met het zoeken van antwoord op hun onderzoeksvraag. Dit was eigenlijk niet helemaal volgens de planning maar omdat zij de vorige les het beantwoorden van de vraag nog niet af hadden gekregen, mochten zij hier deze les nog even aan werken. Wij denken dat het onderzoek ook deels niet afgekomen is omdat wij eerst nog een stuk klassikaal met de leerlingen hebben gedaan en hen daarna te weinig tijd hebben gegeven. De leerlingen zouden deze les naast het uitvoeren van het onderzoek, ook een presentatie voor de resultaten voorbereiden.

De les begon met een korte terugblik op de vorige les. Wat wij tijdens deze terugblik aanstipten was de rumoer die in de klas was ontstaan en het gebrek aan samenwerken. De leerlingen waren het eens met onze opmerkingen en wilden deze les erg serieus aan de taken gaan werken. We zagen ook gelijk kinderen die rechtop hun stoel gingen zitten en al klaar zaten met pen en papier. Zo verliep het eerste gedeelte van de les rustig. Er waren nog momenten waarop wij de klas moesten waarschuwen, maar in principe waren wij erg blij met deze vooruitgang.

De groepen waren goed bezig met hun onderzoek. Er zaten groepen tussen die ontzettend mooie verhalen schreven die te maken had met hun onderzoeksvraag. De kinderen die nog moeite hadden met het vinden van informatie, kwamen wij uiteindelijk helpen en sturen omdat zij niet vooruit kwamen.

Al gauw waren er groepen die klaar waren met hun onderzoek. Zij mochten verder met het voorbereiden van de presentatie. De leerlingen waren enthousiast! Veel groepen hadden ervoor gekozen om de resultaten te presenteren aan de hand van een toneelstuk. Er was een groep die een ontzettend leuk verhaal had gemaakt die zij ook gingen uitbeelden. Wat wij jammer vonden om te zien, was dat alle groepen een toneelstuk hadden gekozen als presentatie. Ons idee vooraf de lessenserie was dat de leerlingen met creatieve ideeën kwamen waardoor er een variatie aan presentaties zouden komen. Wij hadden daar beter op in kunnen spelen door een brainstorm met de leerlingen te houden over creatieve manieren van presenteren.

Tijdens het voorbereiden van de presentaties werden de leerlingen weer wat rumoeriger. Ze hadden hun ruimte nodig voor het toneelspelen, maar botsten vaak met andere groepen doordat zij allemaal in de klas aan het voorbereiden waren. Er werd een groep naar de gang gestuurd om te oefenen wat al gelijk voor meer rust zorgde. De leerlingen waren nog niet helemaal klaar met het voorbereiden waardoor wij ervoor kozen om buiten de lessen om de leerlingen één moment te geven om ons te laten zien wat zij al hadden. Dit was niet veel. Wij kwamen daarom met tips om hun te helpen in de hoop dat de presentaties wat beter uit zouden vallen. Wij zullen het de volgende les zien.

Yavanna en Imane