Les 1: Begravingsrituelen in de cultuur van de leerlingen

 

Begravingsrituelen in de cultuur van de leerlingen

‘Wat zie je hier?’Met deze vraag begonnen we de eerste les van onze lessenserie.
‘Het zijn beelden, juf’ was het antwoord van Luigi. ‘Nee, dat heten kunstvoorwerpen,’wist Jan.
Weet jij wat het zijn?

Bovenstaande afbeeldingen zijn voorbeelden van grafkisten afkomstig uit Ghana. In Ghana kunnen mensen ervoor kiezen om wanneer ze komen te overlijden te worden begraven in een speciaal voor hen ontworpen grafkist. Stel, je hebt je hele leven al een Mercedes willen hebben, je kunt er dan voor kiezen je laatste reis te maken in een kist in de vorm van een dergelijke auto. Op bovenstaande afbeelding (links) wordt de laatste hand gelegd aan een cola fles, waarschijnlijk de grafkist voor een fervent cola drinker.
Om de leerlingen voor te bereiden op de te voeren gesprekken met elkaar, werd de les  geïntroduceerd met een verhaal van een begrafenis die ik zelf heb meegemaakt. Ik liet hen hierbij de foto van het graf van mijn grootouders zien. Je merkte aan de leerlingen dat ze het bijzonder vonden dat ik dit met hen deelde. 

Zoals beschreven in ons vorige blog, hebben we de leerlingen van te voren gevraagd aan hun (groot) ouders te vragen naar de begravingsrituelen binnen hun cultuur. De leerlingen waren voorafgaand aan deze les in groepjes van vier ingedeeld en er was binnen elk groepje één voorzitter aangewezen. De leerlingen werd gevraagd op een in vieren verdeeld  A2 vel hun bevindingen op te schrijven. We verwachtte dat sommige leerlingen niets zouden opschrijven. Dat was echter niet het geval, het eerste kwartier was iedereen druk aan het schrijven en kon je een speld horen vallen in de klas (we wisten niet dat ze zó stil konden zijn). Toen iedereen klaar was werd er in in elk groepje een gesprek gevoerd, hierbij gaf de voorzitter telkens een beurt aan iemand om te vertellen en deze gaf aan wanneer er vragen gesteld konden worden door de anderen. In het midden van het vel schreef de voorzitter op welke verschillen en welke overeenkomsten er waren tussen de verhalen van de verschillende groepsleden. Ook formuleerde elk groepje een top drie van aspecten die zij het bijzonderst vonden. Na afloop werden de posters door twee groepsleden aan de rest van de klas getoond in de vorm van een mini presentatie waar de overeenkomsten, de verschillen en de top 3 met de rest van de groep gedeeld werden.
Aangezien de reacties van de leerlingen op het onderwerp bij de introductie van de opdracht nogal terughoudend waren en omdat we van te voren gewaarschuwd waren door docenten dat de reacties van de leerlingen best heftig konden zijn, zagen we enigszins op tegen deze les. We verwachtten dat we hen veel sturing zouden moeten geven, om te voorkomen dat er allerlei gruwelverhalen de ronde zouden gaan doen.  Dit bleek echter niet het geval te zijn, de leerlingen gingen heel serieus en zelfstandig met de opdracht aan de slag. Het was mooi om te zien dat ze de leiding die de voorzitters namen direct accepteerden. Ook toonden ze heel veel belangstelling  en respect voor elkaars verhalen en werd er veel doorgevraagd. De posters zijn na afloop in de klas opgehangen, zodat iedereen de bevindingen ook de komende weken nog eens rustig kan nalezen.

Om erachter te komen wat de precieze leeropbrengst van deze lessenserie is, moesten naast het ontwikkelen van de lessenserie ook twee evaluatie-instrumenten worden  ontwikkeld. Eén om de onderzoeksvaardigheden te meten en één om de cognitieve leerdoelen te evalueren. Voor laatst genoemde hebben we gebruik gemaakt van ‘Petje op petje af.’ Hierbij kregen de leerlingen een tiental zinnen voorgelegd over hunebedden, piramides en grafgiften,  met de vraag de zin af te maken met antwoord A of antwoord B. Uit deze voormeting bleek dat we ze nog veel konden leren, zo dachten ze allemaal dat piramides van zand gemaakt waren en waren veel leerlingen in de veronderstelling dat men inzicht kon krijgen in de afkomst van een overledenen (begraven in een piramide; mummie) door te kijken naar diens klederdracht. Bij deze meting werd niks verteld over de juistheid van de gekozen antwoorden. Aan het eind van de lessenserie zullen we deze meting herhalen en dan zal hen worden gevraagd hun gekozen antwoord te beargumenteren (om zo de kans op goed gokken inzichtelijk te maken). De les werd afgesloten met de vraag één nieuw geleerd woord op te schrijven. Uit deze woorden zullen wij de zes meest relevante woorden selecteren, waarmee we een woordmuur zullen opbouwen (dit onderdeel komt in elke les terug).

In het volgende blog lees je hoe het ons is vergaan bij de tweede les met als thema ‘Hunebedden.’

Groetjes,
Nadie & Annelot

Volgende bericht
Een reactie plaatsen

1 reactie

  1. Welmoet

     /  6 december 2011

    Ben wel benieuwd geworden naar wat de leerlingen dan gedeeld hebben op hun posters… Wat mooi dat het zo goed ging met de gevoeligheden en de kinderen daar op deze manier mee omgingen.

    Mooi gebruik van de placemat werkvorm trouwens!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: