Dieren in de media: De inleiding

Het vooronderzoek en de ”dynamische” lessenserie

Beste lezers,

Waar ben ik mee bezig?

Mijn naam is Jalesa Carter en ik zit op de Universitaire Pabo van Amsterdam. De komende tijd ben ik in groep 3 bezig met het verder ontwerpen en uitvoeren van een lessenserie over het onderwerp dieren in cultuur en media, in het kader van onderzoekend en ontwerpend leren. Het doel  van onderzoekend en ontwerpend leren is om leerlingen inhoudelijk kennis bij te brengen en de wetenschappelijke houding bij de leerlingen te stimuleren. U zult vast denken: ,,Wat wordt er nu bedoeld met dieren in de media?’’ Die vraag had ik eerst ook. Om die reden helpt een wetenschapper ons met zijn vakgebied en kon mij duidelijk worden dat het onder andere gaat  over de invloed van dieren (zowel onechte als echte) op mensen en omgekeerd. Een mooi voorbeeld van de wetenschapper was om door de supermarkt te lopen en te letten op alle dieren die langskwamen op verpakkingen, in snoepvormen, op posters en bijvoorbeeld in logo’s. De mens heeft dieren namelijk eigenschappen toegekend die eigenlijk ‘’menselijk’’ zijn. Of dit goed of fout is en of die eigenschappen echt menselijk zijn valt over te discussiëren. Zelf zullen de kinderen ook hun mening hierover naar voren brengen in de lessenserie.

Welke onderzoeksvraag stel ik?

Voordat er aan de lessenserie begonnen werd, heb ik eerst gebrainstormd om in kader te brengen welk onrealistisch menselijk gedrag er bij dieren op televisie verschijnt. Er is gedacht aan verschillende aspecten van gedrag, zoals het versieren van een partner, het eetgedrag, de functie van het uiterlijk en communicatie. De onderzoeksvraag was: ,, Welke menselijke kenmerken bij dieren in tekenfilms worden door kinderen herkend?’’ Om het niveau van de kinderen uit deze groep 3 beter te kunnen bepalen, is er een vooronderzoek gedaan met 6 leerlingen waarbij zowel 2 meisjes als 2 jongens werden gekozen van verschillend niveau om de klas te vertegenwoordigen. Er hadden eigenlijk meerdere leerlingen aan het vooronderzoek moeten meedoen, maar er bleek geen tijd meer te zijn. Aan de hand van het vooronderzoek bij de kinderen uit groep 3, is er gekozen om slechts met het uiterlijk van dieren verder te gaan, zodat er meer diepgang in de lessenserie gecreëerd kon worden. De kinderen hadden namelijk de meeste preconcepten en misconcepten (gedachtegangen die (nog) niet met de werkelijkheid overeenkomen) met het uiterlijk van dieren. Door het uiterlijk van dieren te selecteren, is de onderzoeksvraag geworden: ,,Welke onrealistisch menselijke kenmerken in het uiterlijk van dieren in tekenfilms worden herkend door kinderen?’’

Hoe ziet de dynamische lessenserie eruit?

Ik noem mijn lessenserie dynamisch, omdat er eigenlijk niet veel meer vaststaat dan de eerste les. De andere lessen zijn wel bedacht, maar zullen waarschijnlijk aan de hand van de onderzoeksvraag van de leerlingen veranderen. Ik heb hiervoor gekozen, omdat ik het belangrijk vind dat de leerlingen voornamelijk zullen sturen aan de hand van  hun eigen interesses. Uit deze eerste les wordt zoveel mogelijk meegenomen wat zij willen onderzoeken en ook bedenken de leerlingen hoe we dit kunnen onderzoeken. Dit, omdat de leerlingen met eigen interesses gemotiveerder zullen onderzoeken dan met een opgedragen vraag. Natuurlijk dient er ook een balans te zijn in het sturen en begeleiden van de leerkracht. Als aankomende leerkracht zorg ik er daarom ook voor dat er alvast vragen, opdrachten en richtlijnen zijn gemaakt, voordat ik de eerste les uitvoer. De lessenserie is gebaseerd op de 7 stappen van Onderzoekend leren: confronteren, verkennen, opzetten experiment, uitvoeren experiment, concluderen en presenteren/ communiceren (Van Graft, M. & Kemmers, P. 2007). Deze stappen hoeven niet op volgorde te worden uitgevoerd.

Les 1: Tijdens de eerste les zullen de leerlingen geconfronteerd worden met een kort filmfragment van de animatiefiguur Spongebob, waarin de animatiedieren aangekleed zijn. Hierna zullen er open vragen gesteld worden om te achterhalen of de gehele klas zich bewust is van het feit dat dieren kleren aanhebben in tekenfilms en het onderwerp te verkennen. Om de kinderen te activeren zullen de kinderen een sta-of-zit-spel doen, waarbij het de bedoeling is dat de leerlingen gaan staan als er een onecht dier op het bord verschijnt en gaan zitten als het dier echt is. Vervolgens wordt er een begin gemaakt met het opzetten van het experiment, doordat de leerlingen naar een antwoord zoeken op de vraag: ,,Wat is er anders aan het uiterlijk van dieren in het echt en in tekenfilms?’’ Ook zullen de leerlingen bedenken welke verschillen er zijn in het uiterlijk van alleen echte dieren.  Aan de hand van deze voorbeelden zullen de leerlingen eerst zelf onderzoeksvragen zonder uitleg over de 5 ‘’w’s’’ en de ‘’h’’ moeten bedenken. Vervolgens bedenken de leerlingen onderzoeksvragen nadat ze hier uitleg over hebben gehad. Er wordt verwacht dat de leerlingen meer en betere vragen kunnen bedenken als de leerlingen uitleg hebben gehad over vraagvoornaamwoorden. Of de uitleg effectief heeft bijgedragen aan het stellen van vragen, wordt naderhand geëvalueerd aan de hand van een observatie-instrument en de opgenomen les op film. Er worden van tevoren voorbeeldvragen bedacht, zodat de leerlingen deze vragen kunnen gebruiken, indien ze er niet uit zouden komen. Vervolgens wordt er aan de leerlingen gevraagd op welke manier we dat zouden kunnen onderzoeken en welke materialen er nodig zijn. Tenslotte wordt er formatief geëvalueerd. De lln benoemen wat ze geleerd hebben en passen dit toe door hun lievelingsdier te tekenen: 1x zo echt mogelijk en 1x zo nep mogelijk als in de tekenfilms.

Les 2: Er zal eerst worden herhaald, voordat er verder wordt gegaan met het uitvoeren van het experiment. Vervolgens zullen de leerlingen geleerd worden dat de woorden ‘’omdat’’, ‘’daarom’’ en ‘’dus’’  gebruikt kunnen worden als leerlingen beargumenteren en concluderen, waarna de leerlingen deze woorden zelf toepassen tijdens het presenteren van hun waarnemingen. De resultaten worden voor de leerlingen gevisualiseerd, doordat deze worden bijgehouden op een groot postervel. Tijdens de  formatieve evaluatie benoemen de leerlingen in welke omgeving welke huid het best geschikt is en waarom.

Les 3: Ook bij deze les wordt er eerst herhaald wat de leerlingen nog van de vorige les afweten. De leerlingen houden zich verder bezig met het opzetten van het experiment door te kijken naar de vorm en de kleur van een dier om een dier schattig of gemeen te laten lijken. De kinderen benoemen alle mogelijke vormen, later ook aan de hand van een film. De kinderen denken vervolgens na over een ander middel dan een film om animatiedieren te bestuderen. Er wordt verwacht dat de leerlingen met dierenplaatjes zullen komen. Deze dierenplaatjes of afbeeldingen dien ik dus ook paraat te hebben. De leerlingen beginnen met het uitvoeren van het experiment als ze in wedstrijdvorm de verschillen tussen gemene en schattige dieren vergelijken en als het ware analyseren waardoor de tekenaar de dieren deze onrealistisch menselijke kenmerken aan animatiedieren kan geven. Er is gekozen voor een wedstrijdvorm, omdat deze op de leerlingen een meer uitdagende en activerende werking heeft. Ik loop vervolgens langs en noteer op een groot postervel de resultaten per groepje. Omdat alles wordt bijgehouden op het postervel, is het voor de leerlingen die hebben gewonnen, direct mogelijk hun bevindingen te presenteren en te concluderen.

Les 4: In de laatste les is het de bedoeling dat de leerlingen in eigen woorden discussieren over of  het ethisch verantwoord is dat dieren op televisie onrealistisch menselijke kenmerken hebben of niet. Ook bespreken ze waarom de tekenaar deze onrealistisch menselijke kenmerken inzet. Vervolgens wordt de gehele lessenserie geëvalueerd, doordat de leerlingen zullen bespreken wat ze van de lessenserie hebben geleerd. De leerlingen kunnen alle geleerde stappen volgen op het grote postervel en op deze wijze aan elkaar presenteren.

 Hoe zal het nu verlopen?

Zoals eerder gezegd zal de lessenserie gewijzigd kunnen worden door de inbreng van de leerlingen tijdens de eerste les. Toch diende de lessenserie al gemaakt te zijn en vind ik het van belang dat dit is gebeurt, omdat de lesdoelen al vormgegeven kunnen worden en je direct aan de slag kan met de kinderen, in het geval dat ze niet zouden afwijken van mijn route. Ik denk dat ik u wel kan meegeven dat als u ook op deze manier wilt werken het handig is om een paar dagen tussen de eerste en de volgende lessen te houden, zodat u tijd heeft om de materialen en aangepaste lessenserie opnieuw te verzorgen.

-Jalesa Carter-

Vorige bericht
Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: