Smaken en geuren: Les 1 Vla eten met een kleurtje

Dinsdag middag 5 november was het zover. Groep 3,4,5 kreeg de eerste les over smaken en geuren. Sarina heeft de klas in een kring gezet, met een materialen tafel in het midden. Lisanne heeft bekertjes met verschillende kleuren vla op de tafel gezet. We hebben witte labjassen aangetrokken en gezegd dat we wetenschappers waren. We hebben gevraagd wat wetenschappers doen. De kinderen gaven verschillende antwoorden. Een experiment, een proefje. We hadden twee bekertjes rode vla, twee bekertjes blauwe vla en twee bekertjes groene vla. Eerst hebben we een voorspelling gedaan op het bord. “Welke kleur denken jullie dat het lekkerst zal smaken?”. “Wie denkt dat de rode vla het lekkerst is?” enz. De kinderen mochten hun vinger op steken om er een te kiezen. Dit was nogal een opgave voor de leerlingen. Ze stemden meerdere keren waardoor we qua aantallen niet uitkwamen. We hebben het opnieuw gedaan en duidelijk gezegd dat ze maar een keer mochten stemmen. Toch kwamen we nog niet op het juiste aantal uit. Een leerling had voor de rode vla gekozen, zeven voor de groene en 15 voor de blauwe. Er is uitgelegd hoeveel vla je op je lepel mocht nemen en vervolgens zijn de bekertjes rond gegaan, zodat de leerlingen konden proeven. Eerst de rode, al snel daarna de groene en daarna de blauwe. De leerlingen werden heel erg enthousiast. Het was erg moeilijk om de kinderen weer stil te krijgen toen ze alles hadden geproefd. We hebben gezorgd dat de bekers vla en de lepels weer op de materialen tafel lagen en zijn toen verder gegaan met het invullen van de tabel. Vier leerlingen vonden de rode vla het lekkers, negen de groene vla en elf de blauwe vla.

Voorspelling Experiment
Rood/oranje 1 4
Groen 7 9
blauw 15 11

Toen riep een leerling ineens: “Is het waar dat jullie er gewoon kleurstof doorheen hebben gedaan?” Sarina zei dat we het later over deze vraag zouden hebben. Maar Lisanne maakte een hele goede koppeling naar het volgende onderdeel. Ze zei: “dat kunnen we testen met een experiment”. We hebben twee leerlingen een blinddoek gegeven en meegenomen naar de gang. Lisanne heeft aan de klas laten zien dat ze met een druppel kleurstof bij de vanille vla, een hele andere kleur vla kan maken. De geblinddoekte meisjes zijn weer terug in de klas gekomen. Ze kregen verschillende lepels vla gevoerd. Elke keer kregen ze dezelfde kleur op het zelfde moment. Als eerste was het de blauwe vla en de tweede keer was het de groene vla. Toen vroegen we aan de meisjes welke ze het lekkerst vonden. Beide vonden ze de tweede lekkerder. Toen namen we weer de groene vla. En vroegen welke het lekkerst was. Ze vonden nummer drie het lekkerst. De klas moest heel erg hard lachen toen ze dat zeiden. We hebben de meisjes toen duidelijk gemaakt dat de klas hen niet aan het uitlachen was, maar dat ze straks zonder blinddoek zouden begrijpen waarom het grappig was. We hebben een kind gevraagd om uit te leggen wat er gebeurde tijdens het proeven met de blinddoek. Een ander kind heeft aan de meisjes uitgelegd dat er kleurstof bij de vla is gedaan.

proeven

Daarna zijn we verder gegaan met het volgende onderdeel van de les. De leerlingen kregen allemaal een rood en een groen kaartje. We hebben gevraagd wat deze kaartjes zouden kunnen betekenen. Al snel zeiden leerlingen “waar’ of ‘niet waar”. Met deze kaartjes moesten ze laten zien of de stelling waar of niet waar was. De eerste stelling was: “Je kunt proeven met je ogen dicht”. De meeste leerlingen hadden een groen kaartje opgehouden. We hebben een leerling gevraagd uit te leggen waarom zij dacht dat het waar was. Ze zei dat de meisjes met een blinddoek ook dingen konden proeven. De volgende stelling was:  Je kunt ruiken met je neus. Weer vond bijna de hele klas dat het waar was. Één kind zei dat je kon ruiken welke smaak het was en dat je daarom kan ruiken met je neus. Voor de volgende stelling hebben we de leerlingen gevraagd om hun ogen dicht te doen zodat ze niet beïnvloed werden door de rest van de leerlingen. De zin was: “Je kunt proeven met je neus”.  Bij deze stelling was het ongeveer 50/50. Je kan ruiken wat je proeft, zei een leerling en daarom dacht ze dat de stelling waar was. Een andere leerling zei dat het niet waar was want: je kan niet eten met je neus. Nog een ander kind zei: Je neus heeft toch geen tanden, dus kan je er niet mee proeven. We vroegen: “waar proef je eigenlijk mee?”  Hierop kregen we meerdere antwoorden: “met je tong!”, “met je mond”,”met de binnenkant van je wangen!”. We hebben gezegd dat we veel vragen hebben gesteld en dat we de volgende keer verder gaan met zo’n vraag.

We hebben de leerlingen een opdracht meegegeven voor de volgende keer, namelijk dat ze zoveel mogelijk vragen over proeven en ruiken moeten bedenken die we via een experiment kunnen beantwoorden. We zijn benieuwd naar volgende keer!

Volgende bericht
Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: